Recensies Artikel uit Amstelveens Nieuwsblad "Van Buiten en Beaufort ontmoeten Marijtje Overduin. Er kan nog een verhaal van jezelf in zitten..." Het meeste is de liefde Als er iets gevaarlijk is dan is het wel de liefde. Het heet niet voor niets dat ze blind maakt en kan omslaan in haat. De allerbeste eigenschap van de mens, de liefde, kan in een zucht veranderen in het slechtste in de mens. Met de godsdienst is het net zo. Die haalt de god in ons naar boven die ver boven zichzelf en ons weet uit te stijgen om de doodeenvoudige reden dat de god zich om niet weg kan schenken. Maar de godsdienst haalt net zo goed het beest in ons naar boven dat in staat in tot een wreedheid die de dieren niet kennen omdat ze amper weten wat ze doen. Precies op het grensvlak van die twee, de duistere en de lichte zijde in de mens, daar waar het dubbeltje twee kanten op kan vallen, daar situeert Marijtje Overduin haar tekeningen en grafische werk. Goed voorbeeld is de popartachtige serie zeefdrukken met een stel dat de liefde bedrijft met een sinaasappel of een mandarijn als liefdesspeeltje. Een passievrucht. Helaas is de vrucht zelden onschuldig. De eeuwige herinnering aan de verdrijving van de eerste twee mensen uit het paradijs komt met gemak naar boven. Geen paringsdans zonder de kennis van goed en kwaad. Naast de boom des levens staat altijd de boom van kennis van goed en kwaad. Hoe onschuldig het werk van Marijtje Overduin ook lijkt – al was het maar vanwege de soms schijnbaar illustratieve stijl van tekenen – onder het gras zit altijd een zeer giftig addertje. Maar de meeste is en blijft toch de liefde die de kop van de slang vermorzelt. Rinke Nijburg Arnhem, juni 2007 Tekst en beeld De kracht van Marijtje’s getekende verhalen ligt in het beeldend narratieve, het vermogen om een verhaal in tekeningen te vertellen. Hierbij is de tekst vaak overbodig en zelfs ontmythologiserend omdat het de interpretatie van de kijker te dwingend stuurt. Het adjectief ‘illustratief’ is hierbij een misleidende term omdat het Latijnse illustrare verwijst naar de taak van de illuminator die het pad van de lezer van een tekst als het ware verlicht met een ‘luisterrijk’ schijnsel (zie hieronder). Bij Marijtje’s tekeningen werkt de soms toegevoegde tekst als toelichting op de beelden. Een vergelijking kan worden getrokken met de vroege chiro-xylografische blokboeken waarin de (soms handgeschreven) tekst het in houtsneden vormgegeven verhaal verduidelijkt. Beeld en schrift delen een gemeenschappelijke oorsprong, zij het dat de vroegste grotschilderingen duizenden jaren ouder zijn dan de voorlopers van het schrift. De prehistorische mens schilderde en graveerde afbeeldingen van dieren en - in een zeldzaam geval - mensen op de wanden van zijn woongrotten. De schilderingen, reliëfs en gravures in de holen en grotten van Altamira, Les Combarelles, Lascaut, La Mouthe en op nog ruim 100 andere plaatsen gaan terug tot ca. 15000 jaar geleden terwijl de eerste aanzetten tot het schrift ‘pas’ zo’n 5000 jaar geleden ontstonden in de bevloeiingsculturen van de Nijl, Eufraat en Tigris, Hoangho en Indus. De oervormen van het schrift stonden nog heel dicht bij ‘de dingen’ en manifesteerden zich als voorwerpsschrift over de hele wereld in uiteenlopende vormen, zoals de gegraveerde bodenstaf, het knopensnoer, de voorwerpsbrief etc. De directe voorlopers van wat wij schrift noemen zijn de pictogrammen die in alle windstreken zijn gevonden als dragers van mededelingen. Met de komst van het schrift neemt de historie een aanvang, het eerst in Egypte en Mesopotamië, later in China en India. Alle hogere vormen van schrift bestaan uit een systeem van tekens en karakters die voortkomen uit de abstrahering en vereenvoudiging van gestileerde tekeningen. Daarom is iedere geschreven tekst in feite een gecompliceerde rebus. Bij het lezen van een boek of krant verricht het menselijk brein dan ook halsbrekende toeren bij het interpreteren en herscheppen van de beelden die door het geschrevene worden opgeroepen. Beeld en tekst hebben ieder hun eigen ingang tot ons bewustzijn. Bij een geïllustreerd boek wordt de tekst toegelicht door de beelden. Het Latijnse illustrare staat voor verluchten, glans verlenen, versieren: de miniaturist werpt luisterrijk licht op het pad van de lezer bij diens zoektocht door de tekst. Maar ook zonder illustraties blijft de discursieve inhoud van een tekst behouden, ongeacht het lettertype en in welke vorm of stijl ook uitgegeven. Daarom kunnen de teksten van eeuwenoude manuscripten zonder inhoudelijk verlies worden gelezen in een moderne drukletter of desnoods van een beeldscherm. Bij een kunstenaarsboek ligt dat anders. Daar gaat het bij uitstek om de eenheid van idee, materiaal, vorm en inhoud. Die inhoud bestaat vaak uit een combinatie van tekst en beeld, soms ook wel uit louter beeld of expressief tekstbeeld. Bij het bekijken van een kunstenaarsboek verhoudt men zich met een kunstwerk in ruimte en tijd. Een reproductie of zelfs een facsimile van een kunstenaarsboek kan niet dezelfde ervaring genereren als het origineel, hoogstens een impressie daarvan geven. Er is daarom een groot verschil tussen de zoveelste heruitgave van James Joyce’s Ulysses en de door Henri Matisse geïllustreerde deluxe editie (Limited Editions Club 1934) of die van Robert Motherwell (Arion Press 1988). In de westerse geschiedenis van het boek is er enkele malen een omslag geweest in de verhouding tussen tekst en illustratie. Bij de middeleeuwse manuscripten die in opdracht van vorstenhoven en de vermogende elite werden vervaardigd prevaleerde de tekst die door gespecialiseerde kunstenaars werd verlucht, toegelicht en verfraaid met ornamenten, initialen en miniaturen. Hierbij is er een verschil tussen wetenschappelijke, religieuze en verhalende teksten. Bij wetenschappelijke verhandelingen vormen de illustraties een onmisbare toelichting op de tekst en vormen tekst en beeld een geheel. Bij het illustreren van gedichten en verhalen genoot de boekschilder een relatief grote vrijheid. Bij de eerste Europese blokboeken prevaleerde het beeld en diende de soms handgeschreven tekst als toelichting op het zelfstandige, in houtsneden vormgegeven beeldverhaal. Er zijn daarom voor de hand liggende parallellen tussen de blokboeken en het moderne stripverhaal. De typografische boeken waarmee Gutenberg, Fust en Schöffer beoogden de zeldzame en kostbare manuscripten mechanisch te vermenigvuldigen, waren bestemd voor de lezende elite. Ongeveer eenderde deel van de typografische incunabelen was voorzien van illustraties, die hier dus hun verklarende taak in dienst van de tekst hernamen (hoewel het ook wel voorkwam dat een drukker een boek illustreerde met de houtblokken die hij op dat moment toevallig op de plank hadden liggen, waardoor enig verband met de inhoud van de tekst ver te zoeken was). Een aparte plaats wordt ingenomen door de in de zestiende eeuw in Italië ontstane emblemata, zinnebeeldige voorstellingen waarin betekenissen zijn verborgen die niet alle in de bijschriften worden toegelicht. Als eerste embleemboek geldt ‘Emblematum liber’ (1531) van de Italiaanse humanist Andrea Alciato. Een emblema is een drieëenheid van prent (pictura), bovenschrift (motto) en onderschrift (epigram). Aanvankelijk was de prent verreweg het belangrijkst maar gaandeweg nam het epigram in omvang en belang toe. De emblematiek was in wezen een poging om een verband te leggen tussen de zichtbare en de ideële werkelijkheid. De duizenden emblematabundels zijn te onderscheiden in religieuze, politieke, erotische en heroïsche onderwerpen. Enigszins vergelijkbaar met de emblemata zijn de Japanse surimono (druksels). Dit waren oorspronkelijk kalenderplaatjes met informatie over de maanden van het jaar. In de eerste helft van de negentiende eeuw groeide de surimono in Japan uit tot een verfijnd artistiek en intellectueel spel met taal en beeld door dichters en kunstenaars op kaarten, uitnodigingen en ander gelegenheidsdrukwerk, uitgevoerd in kleurhoutsneden. Kenmerkend voor de emblemata en de surimono is dat tekst en beeld complementair zijn, waardoor het één niet volledig kan worden begrepen zonder het ander. In het fin de siècle van de 19e eeuw streefden Alfred Jarry, Stéphane Mallarmé en anderen naar een expressief letterbeeld. Ook de affiche ontwerpers van die tijd als Chéret, Bonnard en vooral Toulouse Lautrec streefden naar compositorische eenheid van tekst en beeld. Het is denkbaar dat de in die tijd zeer bewonderde Japanse prenten waarin het karakterschrift en stempels belangrijke compositorische beeldelementen vormen ook hier een rol heeft gespeeld. Aan het begin van de twintigste eeuw werd de weg naar de gemeenschappelijke oorsprong van tekst en tekening hervonden door de Italiaanse en Russische futuristen, Christian Morgenstern, Guillaume Apollinaire e.a.. Hier werd de basis gelegd voor de concrete- en visuele poëzie die een halve eeuw later de creatieve kortsluiting van tekst en beeld tot zijn uiterste grenzen zouden beproeven. De verzelfstandiging van typografie en boekgrafiek werd in de eerste decennia van de vorige eeuw bevestigd in solistische boekprojecten van schrijvers en beeldend kunstenaars waarbij vrijelijk werd geëxperimenteerd met vorm en inhoud. Door de toegenomen taligheid van de beeldende kunst ontstonden er in de tweede helft van de twintigste eeuw overgangsvormen tussen tekst en beeld. In de jaren zestig en zeventig hielden veel kunstenaars zich bezig met concrete en visuele poëzie, videokunst, performance en geluidskunst. Deze multimediale kunstvormen gaan goed samen met de flexibele en interactieve boekvorm die eindeloos veel mogelijkheden biedt tot variatie in taal, beeld, vorm, formaat en materiaal. Vanaf de jaren zestig zijn er dan ook veel kunstenaarspublicaties gemaakt door schrijvers, fotografen, componisten, architecten, choreografen en modeontwerpers, zoals men zich ook ging bezighouden met massamedia als reclamecampagnes, tijdschriften, film en televisie. In de huidige intensieve beeldcultuur is er onder invloed van film, televisie, videoclips, reclame en mobiele telefoons opnieuw sprake van een kanteling in de verhouding tussen tekst en beeld, waarbij ook beweging en geluid in toenemende mate een rol spelen. Evert Maliangkay Arnhem, augustus 2007 |
Uw recensie hier? Wilt u zelf een recensie over mijn werk schrijven en deze op mijn website laten zetten? Stuur dan uw recensie samen met uw naam en uw emailadres naar: info@marijtje.com Alvast hartelijk bedankt voor uw moeite! |

















